Ga naar inhoud

Counterfactual: geleidelijke transitie

Counterfactual: Wat als Nederland geleidelijk had geëlektrificeerd?

Section titled “Counterfactual: Wat als Nederland geleidelijk had geëlektrificeerd?”

Vraag: Wat zou er gebeurd zijn als Nederland tussen 2010-2025 had gekozen voor een geleidelijke transitie — gebruikmakend van het resterende Groningen-gas en de kleine velden, met parallelle ontwikkeling van kernenergie en gefaseerde elektrificatie — in plaats van de gekozen all-in op wind+zon?

Methode: We construeren een tegenfeitelijk scenario op basis van empirische data, kwantificeren de waarschijnlijke uitkomst, en vergelijken met de werkelijke uitkomst. Dit is geen voorspelling maar een analytische reconstructie om de beleidsalternatieven zichtbaar te maken.


1. Eerst de feiten: hoeveel gas zat er nog in Groningen?

Section titled “1. Eerst de feiten: hoeveel gas zat er nog in Groningen?”

Om de discussie scherp te houden, eerst de empirische cijfers (CBS, NLOG, NAM, Wikipedia):

ParameterWaarde
Totale oorspronkelijke winbare voorraad2.700-2.900 mld m³
Gewonnen tot 2024~2.300 mld m³ (~80%)
Resterende voorraad in Groningenveld~470 mld m³
Resterende kleine velden NL (op land + Noordzee)~100-200 mld m³
Totale resterende NL-voorraad~570-670 mld m³

Waarde-schattingen:

  • Bij €0,30/m³ (gemiddelde marktprijs lange termijn): €140-200 mld
  • Bij €0,80/m³ (crisisprijs 2022): €370-540 mld
  • Bij €1,50/m³ (extreme spotprijs 2022 piek): €700-1.000 mld

De claim “800 miljard” is dus afhankelijk van prijsaannames. Bij gemiddelde langjarige marktprijzen is de waarde €140-200 mld, niet €800 mld. Bij crisisprijzen kan het richting €500-700 mld gaan.

Voor deze analyse hanteren we conservatief €0,40/m³ als gemiddelde over 30 jaar = ~€230-270 mld waarde resterend NL-gas.

Belangrijke noot: De vraag of Groningen-gas “veilig en politiek-maatschappelijk winbaar” is, vraagt zorgvuldige beoordeling — en het mainstream-narratief blijkt op feitelijk wankele grond te staan. Op basis van het onderzoek van Jesse Frederik (De Correspondent, 2026), TU Delft Korswagen-experimenten, Italiaanse triltafel-onderzoeken en CBS-vastgoeddata moet het Groningen-vraagstuk worden geherkaderd. Zie Groningen Frederik Feitencheck voor de volledige onderbouwing. Samenvattend:

  • Werkelijke schade door bevingen: ~8 gebouwen met meer dan cosmetische schade in 30-40 jaar (TU Delft Korswagen)
  • Uitgekeerde compensatie: €3,86 mld, waarvan ~80% naar gebieden waar bevingsschade technisch onmogelijk is
  • Toegezegde “ereschuld”: €22 mld, gebaseerd op een parlementaire enquête die het verkeerde probleem onderzocht
  • Vastgoedwaardedaling: niet aantoonbaar volgens CBS, ondanks €500+ mln uitgekeerde compensatie

Het heropenen van Groningen op kleinere schaal is dus politiek lastig (het narratief is diep ingebed) maar technisch-feitelijk veel minder problematisch dan gepresenteerd. Voor de counterfactual splitsen we:

  • Slochteren herstart op kleine schaal (5-10 mld m³/jaar): technisch verantwoord; politiek lastig vanwege publieke perceptie
  • Versterking voor specifieke kwetsbare woningen in kerngebied (Loppersum, Huizinge): wel nodig, technisch onderbouwd
  • Échte schadegevallen ruimhartig vergoeden: orde €100-500 mln, niet €22 mld
  • Kleine velden Noordzee + onshore non-Groningen: politiek minder beladen
  • Nieuwe Noordzee-exploratie: technisch haalbaar, sinds 2018 ontmoedigd

2. Het werkelijke pad 2010-2025 (referentie)

Section titled “2. Het werkelijke pad 2010-2025 (referentie)”
PeriodeBeleidGevolg
2010Kabinet-Rutte I: kernenergie afgewezenBorssele 2 (€4-5 mld) gaat niet door
2014Eerste afbouw Groningen-productieAardbevingen drijven beleid
2015Klimaatakkoord ParijsNL committeert aan 49% reductie 2030
2017-2019Wiebes versnelt afbouw GroningenProductie naar 1,7 mld m³ in 2022
2018Verbod nieuwe Noordzee-exploratieKleine velden lopen leeg zonder vervanging
2019Klimaatakkoord NLAll-in op wind+zon, gas-uitfasering
2022Russische invasie Oekraïne, gascrisisNL extreem afhankelijk van LNG
2024Groningen-veld definitief gesloten (1 oktober 2024)470 mld m³ blijft achter
2024-2026EU Electrification Action Plan, EPBD verbodVerplichte elektrificatie buildings + transport
2025-2026Netcongestie blokkeert economie14.000 bedrijven op wachtlijst
2026Provincie Utrecht aansluitstopEerste gehele provincie op slot

Werkelijke uitkomsten (zoals gedocumenteerd in Eindbeoordeling Windenergie NL v1.4):

  • ~€60-95 mld netto wind-toerekenbaar maatschappelijk verlies tot 2040
  • 14.000 bedrijven op wachtlijst voor aansluiting
  • 45 weken gemiddelde wachttijd huishoudens
  • EU-elektriciteitsprijzen 50% hoger dan China, 100% hoger dan USA
  • Industrievlucht naar buitenland
  • Netbeheer NL kosten €269 mld 2026-2040
  • Groningen sluit met 470 mld m³ achtergebleven

3. Het counterfactual: het “Geleidelijke Transitie”-pad

Section titled “3. Het counterfactual: het “Geleidelijke Transitie”-pad”

3.0 Drie scenario’s voor methodologische zuiverheid

Section titled “3.0 Drie scenario’s voor methodologische zuiverheid”

Een eerlijke counterfactual-analyse mag niet alleen het meest gunstige scenario presenteren. Eerdere versies van dit document deden dat impliciet: aangenomen werd dat Borssele-bouw zou lukken zonder grote overruns, dat gasprijzen redelijk zouden blijven, en dat de Groningse bevolking een kleinschalige doorproductie politiek zou accepteren. Bij eerlijke analyse moeten ook minder gunstige uitkomsten worden meegewogen.

We presenteren daarom drie scenario’s voor het counterfactual-pad:

Scenario A — Optimistisch (“alles loopt goed”):

  • Borssele 2 voltooid in 2024-2026 binnen begroting (+25% overrun)
  • Borssele 3 (1,6 GW) operationeel 2030-2032
  • Groningse bevolking accepteert kleinschalige laag-druk productie (5-10 mld m³/jaar) na rationelere compensatie
  • Gasprijzen gemiddeld €0,30-0,40/m³ over de periode
  • Geen grote technologische tegenslagen
  • Cumulatief verlies counterfactual: €100-150 mld

Scenario B — Centraal (“realistische uitkomst”):

  • Borssele 2 operationeel 2027-2029 met factor 1,8 overrun (zoals Olkiluoto)
  • Borssele 3 vertraagd tot 2034-2036
  • Groningse compensatie-systeem deels gerationaliseerd, kleinschalige productie politiek lastig maar haalbaar in beperkte vorm
  • Gasprijzen volatiel maar gemiddeld €0,40-0,60/m³ door Russische instabiliteit
  • Politieke crises bij regeringswisselingen vertragen sommige projecten
  • Cumulatief verlies counterfactual: €175-225 mld

Scenario C — Pessimistisch (“het pad heeft zelf problemen”):

  • Borssele 2 vertraagd tot 2030+ met factor 2,5 overrun (zoals Flamanville)
  • Borssele 3 cancelled na regering-wisseling
  • Groningse heropening politiek geblokkeerd ondanks rationele heroverweging
  • Gasprijzen gemiddeld €0,60-0,80/m³ door geopolitieke schokken
  • Stranded asset-risico voor nieuwe gas-infrastructuur bij snelle EU-klimaatpolitiek
  • Cumulatief verlies counterfactual: €250-325 mld

Wat dit toont: zelfs in het pessimistische scenario is het counterfactual-pad nog steeds beter dan het werkelijke pad (€485-735 mld verlies). De besparingsruimte loopt van €160 mld (pessimistisch) tot €585 mld (optimistisch).

Wat dit ook toont: het counterfactual is geen wonder-oplossing. Het heeft eigen risico’s — bouwoverruns kernenergie, politieke instabiliteit, stranded asset-risico, geopolitieke gas-prijsschokken. Een eerlijke vergelijking erkent deze risico’s en doet ze niet weg.

Voor de hoofdtabellen verderop in dit document hanteren we Scenario B (centraal) als basis, met expliciete vermelding dat optimistisch en pessimistisch ook denkbaar zijn.

3.1 Het scenario in stappen (Scenario B, centraal)

Section titled “3.1 Het scenario in stappen (Scenario B, centraal)”

In dit scenario maakt Nederland tussen 2010-2025 fundamenteel andere keuzes:

2010-2015: Stevige fundamenten leggen

  • Borssele 2 (1 GW kerncentrale) wordt aanbesteed in 2010 (ipv afgewezen)
  • Bouw start 2013, operationeel rond 2024-2026 (gangbare bouwtijd 13-16 jaar in EU-context)
  • Nieuwe Noordzee-exploratie blijft toegestaan
  • Onshore wind beperkt, alleen op locaties waar het ruimtelijk past
  • Geen all-in op offshore wind — vermijden van premature schaalbouw

2015-2020: Diversificatie

  • Tweede kerncentrale (Borssele 3, 1,6 GW) aanbesteed in 2017
  • Gefaseerde Groningen-afbouw: van 50 mld m³ in 2014 naar 15-20 mld m³ in 2025
  • Compensatieprogramma Groningers vóór 2018 voltooid (€20 mld in 5 jaar i.p.v. uitgesmeerd)
  • Stikstoffabriek Zuidbroek wordt vroeger uitgebreid (omzetten H-gas naar L-gas)
  • Onshore wind: 4 GW in plaats van werkelijke 5,5 GW, alleen geschikte locaties
  • Offshore wind: 2-3 GW gerealiseerd ipv 5 GW, met betere wake-spacing

2020-2025: Voltooing diversificatie

  • Kerncentrales 2 en 3 leveren samen 2,6 GW baseload (2024-2026 operationeel)
  • Aardgas Groningen: 5-10 mld m³/jaar laag-druk extractie onder strikte veiligheidsmonitoring
  • Kleine velden Noordzee: doorlopende productie, 10-15 mld m³/jaar
  • Gascentrales blijven actief als backup en seizoensbalans
  • Geleidelijke isolatie woningen (1,5%/jaar renovatieratio)
  • Warmtepompen alleen waar economisch zinvol (~30% woningvoorraad tegen 2030)
  • Hybride heating systemen (warmtepomp + gas) als brug
  • EV-uitrol marktgedreven, geen subsidies, ~25% nieuwverkopen 2025

2025-2030: Volgende fase

  • Borssele 4 of SMR-cluster (Small Modular Reactors) in voorbereiding
  • Aansluiting EU-elektrificatie-mandaten (2035 fossielvrij buildings) op realistisch tempo
  • Geothermie versneld ontwikkeld (5-8 TWh/jaar)
  • Vraagvermindering en efficiëntie centraal

Voordat we cijfers vergelijken, een eerlijke toets: was dit feitelijk haalbaar geweest?

Wat waar was/is:

  • Frankrijk bewees dat 70-80% baseload via kernenergie haalbaar is (sinds 1980s)
  • Finland bewees dat nieuwe EU-kerncentrales bouwbaar zijn (Olkiluoto 3, 12 jaar later dan gepland maar operationeel)
  • UK bouwt actief nieuwe kerncentrales (Hinkley Point C, Sizewell C)
  • China bouwt 30+ kerncentrales parallel
  • Polen heeft in 2022 nieuwe kerncentrale-programma aangekondigd

Wat moeilijk was/is:

  • NL heeft sinds 1986 geen kerncentrale gebouwd → kennisverlies, langere bouwtijd, hogere kosten
  • EU-kerncentrales kennen overruns van factor 1,4-2,2 (Olkiluoto, Flamanville, Hinkley)
  • Politieke continuïteit moeilijk: regeringen wisselen, projecten kunnen stilliggen
  • Publieke acceptatie kernenergie was rond 2010 lager (~35%) dan nu (~55%)
  • EU-mandaten (REPowerEU 2022, EPBD 2024) drijven elektrificatie sneller dan NL alleen had gewild

Eerlijk oordeel: dit scenario was politiek lastig maar technisch haalbaar. Het zou een andere premier en een andere coalitie hebben vereist in 2010 — het was geen onmogelijkheid, maar wel een wezenlijk andere strategische keuze.


4. Kwantitatieve vergelijking: werkelijkheid vs. counterfactual

Section titled “4. Kwantitatieve vergelijking: werkelijkheid vs. counterfactual”
BronWerkelijk pad (2025)Counterfactual pad (2025)
Wind onshore5,5 GW4,0 GW
Wind offshore4,7 GW2,5 GW
Zon-PV23 GW15 GW
Kerncentrales0,5 GW (Borssele)3,1 GW (Borssele + 2 nieuwe)
Gascentrales8,5 GW9 GW (behouden)
Eigen gasproductie/jaar~5 mld m³ (kleine velden)~25 mld m³ (Groningen + kleine velden + Noordzee)
Gasimport~25 mld m³/jaar~5 mld m³/jaar
Geothermie0,2 TWh/jaar1-2 TWh/jaar

4.2 Elektriciteitsprijzen huishoudens (gem. 2024-2025)

Section titled “4.2 Elektriciteitsprijzen huishoudens (gem. 2024-2025)”
AspectWerkelijk padCounterfactual pad
Gemiddelde stroomprijs€0,35/kWh€0,18-0,22/kWh
Stroomprijs vs USA+100%+30-40%
Stroomprijs vs China+50%-10 tot 0%
Gasprijs huishoudens 2022 piek€3,50/m³€1,20-1,50/m³
Onbalanskosten op nethoog (curtailment 5,5%)laag (<1%)
AspectWerkelijk pad (2026)Counterfactual pad (2026)
Bedrijven op wachtlijst14.000<2.000
Wachttijd huishoudens45 weken<8 weken
Provincies op slotUtrecht, deels NB/Gldgeen
TenneT-investering 2026-2040€269 mld€140-160 mld
Per huishouden netuitbreiding€36k over 15 jr€18-20k over 15 jr

Toelichting: kerncentrales centraliseren productie aan bestaande knooppunten (Borssele, Maasvlakte). Decentrale wind+zon vereist veel meer nieuwe transmissie-capaciteit en lokale netuitbreiding. De besparing is dus deels structureel (architectuur van het net) en deels door minder pieken (kerncentrales leveren constant).

AspectWerkelijk padCounterfactual pad
Gasrevenu Staat 2014-2024€70 mld (afnemend)€180-220 mld (gehandhaafd)
Compensatie Groningers (uitgekeerd)€3,86 mld + €22 mld toegezegd€500 mln - €1 mld (alleen feitelijk onderbouwde claims, ruimhartig afgehandeld)
Subsidies wind/zon SDE++€40-50 mld committed€15-20 mld
Investering kerncentrales€0€25-40 mld CAPEX (incl. overruns)
Energiekosten industrie cumulatiefsterk gestegenstabiel laag
Industrievlucht naar buitenlandbegonnen 2023+niet/marginaal
BBP-effect netcongestie-0,5 tot -1% structureelgeen
AspectWerkelijk padCounterfactual pad
Afhankelijkheid Russisch gas 2022hoog (15-20% import)laag (<5%)
Gascrisis 2022-2023 impactgrootgematigd
LNG-importafhankelijkheidhooglaag
Energie-soevereiniteitverzwaktversterkt
Industrieel concurrentievermogen EUdalendstabiel
AspectWerkelijk pad 2025Counterfactual pad 2025
CO₂-emissies energiesector-45% vs 1990-40% vs 1990
Verschil-45%-40% (5 procentpunt minder reductie)

Belangrijke nuance: het counterfactual-scenario heeft iets hogere CO₂-emissies dan het werkelijke pad, omdat er meer gas wordt gestookt. Het verschil is klein (5 procentpunt) omdat:

  • Kerncentrales (3,1 GW) vervangen veel kolen + gas
  • Gas heeft 50-60% lagere emissies dan kolen
  • Gascentrales als backup ipv kolencentrales
  • Eigen gasproductie heeft lagere lifecycle-emissies dan LNG-import

Voor wie CO₂-reductie centraal stelt: 5% minder reductie is een prijs, niet nul. Maar gezien de substantiële andere kosten en problemen van het werkelijke pad, is het de afweging die deze counterfactual zichtbaar maakt.


ComponentWerkelijk padCounterfactual padVerschil
Wind/zon investering€40-60 mld€20-30 mld-€20-30 mld
Kerncentrales investering€0€25-40 mld+€25-40 mld
Netuitbreiding€269 mld€140-160 mld-€110-130 mld
Subsidies wind/zon€40-50 mld€15-20 mld-€25-30 mld
Gascentrales backup-kosten€15-25 mld€10 mld-€5-15 mld
Verloren gasrevenuen Staat-€110-150 mld (gederfd)€0+€110-150 mld
Compensatie Groningers€25,86 mld (€3,86 uitgekeerd + €22 toegezegd)€0,5-1 mld (feitelijk onderbouwd)-€25 mld
Subtotaal directe kosten~€384-555 mld~€210-260 mld-€175-300 mld besparing

5.2 Indirecte effecten (15 jaar cumulatief)

Section titled “5.2 Indirecte effecten (15 jaar cumulatief)”
EffectWerkelijk padCounterfactual pad
Hogere energieprijzen huishoudens-€20-30 mld koopkrachtverlies-€5-10 mld
Industrievlucht (geschatte BBP-derving)-€50-100 mld over 15 jr-€5-15 mld
Netcongestie-effect economie-€30-50 mld-€2-5 mld
Vermeden gasimportn.v.t.+€80-120 mld
Subtotaal indirect-€100-180 mld+€60-90 mld
PadCumulatieve netto positie 2010-2030
Werkelijk pad−€485 tot −€735 mld
Counterfactual pad — Scenario A (optimistisch)−€100 tot −€150 mld
Counterfactual pad — Scenario B (centraal)−€175 tot −€225 mld
Counterfactual pad — Scenario C (pessimistisch)−€250 tot −€325 mld
Verschil — optimistisch scenario€335-635 mld besparing
Verschil — centraal scenario€260-560 mld besparing
Verschil — pessimistisch scenario€160-485 mld besparing

Belangrijke observatie: zelfs in het pessimistische scenario blijft het counterfactual-pad significant goedkoper dan het werkelijke pad. De besparingsmarge bestaat onder een breed bereik van aannames over hoe het counterfactual-pad zich had ontwikkeld.

Per Nederlands huishouden (over 20 jaar):

  • Werkelijk pad: €60.000-90.000
  • Counterfactual A: €12.000-19.000 → besparing €41-78k
  • Counterfactual B: €22.000-28.000 → besparing €32-68k
  • Counterfactual C: €31.000-41.000 → besparing €19-59k

Gevoeligheidsanalyse — netto contante waarde (NCW):

Voor beleidsvergelijkingen werkt CPB met disconteringsvoeten van 0%, 3% en 5%. Toegepast op het verschil tussen werkelijk en counterfactual centraal scenario:

DisconteringsvoetNCW besparing counterfactual B
0% (nominaal)€260-560 mld
3% (CPB-standaard)€185-395 mld
5% (conservatief)€145-310 mld

Bij elke realistische discontering blijft de besparingsmarge substantieel positief. De richting van de conclusie is robuust voor methodologische keuzes, ook al verandert de absolute omvang.


Vrijwel zeker voordeliger:

  • Veel lagere energieprijzen voor huishoudens (-30 tot -50%)
  • Sterke industriële concurrentiepositie behouden
  • Geen netcongestie-blokkade economie
  • Energiesoevereiniteit gehandhaafd (geen Russische afhankelijkheid)
  • €100-150 mld extra gasrevenuen voor de Staat
  • Veel kleinere subsidielast voor wind/zon
  • Gracieuze afbouw Groningen i.p.v. abrupt stop
  • Realistische tijdlijn voor elektrificatie woningen/transport
  • Kennisinfrastructuur kernenergie behouden
  • Diverse energiemix → grotere veerkracht

6.2 Nadelen / risico’s counterfactual scenario

Section titled “6.2 Nadelen / risico’s counterfactual scenario”

Eerlijk meegenomen:

  • 5 procentpunt minder CO₂-reductie tot 2025 (relevant voor wie hier waarde aan hecht)
  • Politiek moeilijk uitvoerbaar (vereiste andere coalities, langjarige consensus)
  • Kerncentrale-overruns reëel risico (Olkiluoto 12 jaar te laat)
  • Aardbevingsrisico Groningen blijft (ook bij lage druk-extractie, wel veel kleiner)
  • Gas-prijsschokken kunnen huishoudens raken
  • EU-druk om versneld te elektrificeren had gespanningen kunnen geven
  • Minder voorop in “innovatieve groene technologie” (al is dat mostly Chinees gefabriceerd)

6.3 Wat dit scenario onmogelijk had voorkomen

Section titled “6.3 Wat dit scenario onmogelijk had voorkomen”
  • De EU-mandaten: REPowerEU 2022, EPBD 2024 zouden NL ook in dit scenario hebben geraakt
  • De gascrisis 2022: weliswaar minder hard, maar Russische gasstop zou ook NL met meer eigen productie nog hebben getroffen
  • Klimaateisen Parijs/EU 2030: NL had deze ook in dit scenario moeten halen, mogelijk via aankoop CO₂-certificaten of versnelde acties later
  • Materialen-afhankelijkheid: kerncentrales gebruiken minder maar wel kritieke grondstoffen (uranium uit Niger, Kazachstan)

Het werkelijke pad was niet noodzakelijk kwaadwillend maar wel strategisch suboptimaal. De keuze om in 2010-2012 kernenergie af te wijzen, om Groningen versneld af te bouwen zonder alternatief, en om all-in op wind+zon te gaan, heeft Nederland in een positie gemanoeuvreerd waarin:

  1. De maatschappelijke kosten enorm zijn (€485-735 mld cumulatief)
  2. De economie wordt geblokkeerd door netcongestie
  3. Industriebedrijven vertrekken naar landen met goedkopere energie
  4. De CO₂-reductiebaten beperkt zijn (vergelijkbaar met counterfactual)
  5. Energie-soevereiniteit verloren is (afhankelijk van LNG, China voor zonnepanelen)

Het counterfactual-scenario laat zien dat vrijwel hetzelfde CO₂-resultaat had kunnen worden bereikt voor fractie van de kosten, zonder netcongestie, met sterkere industrie, en met behoud van energiesoevereiniteit. Het verschil is in de strategische keuzes rond kernenergie en gas, niet in de klimaatambities.


Nederland heeft niet in een vacuüm gehandeld. De EU als geheel koos voor een vergelijkbare versnelde elektrificatie:

  • EU 2030 Climate Target Plan (2020): 55% emissiereductie
  • Fit for 55 (2021): wetgevingspakket
  • REPowerEU (2022): versnelde uitfasering Russisch gas
  • Energy Performance of Buildings Directive (EPBD, 2024): fossielvrij buildings 2035-2040
  • Electrification Action Plan (2026): 32% elektrificatie 2030
  • Heating and Cooling Strategy (2026): elektrificatie als default-pad

Deze EU-keuzes zijn voor een groot deel vrijwillig overgenomen door Nederland — en in een aantal gevallen heeft NL scherpere doelen gesteld dan de EU vereist.

Frankrijk: behoudt 70%+ kernenergie, exporteert stroom, stabiele industriële prijzen Polen: heropent kolen tijdens transitie, plant nieuwe kerncentrales Tsjechië: behoudt kolen tot 2033, plant uitbreiding kernenergie Hongarije: handhaaft Russisch gas-contracten, bouwt Paks II kerncentrale (Russische technologie) Finland: voltooide Olkiluoto 3, plant SMR’s Roemenië: heropent kolencentrales, plant SMR’s

Vergeleken met deze landen heeft NL een bijna idealistisch strikte koers gevoerd — vergelijkbaar met Duitsland (Energiewende) en Denemarken.

RegioStroomprijs industrie 2024Trend
EU$130/MWhstijgend
USA$50/MWhstabiel
China$80/MWhstabiel
India$90/MWhstabiel

EU heeft 2x hogere industriestroomprijzen dan USA en 50% hoger dan China — dit is direct toerekenbaar aan de elektrificatiekoers en het uitfaseren van fossielen.

China leidt in elektrificatie (28% van eindverbruik vs EU 21%) maar doet dat goedkoop door:

  • Massaal kerncentrales bouwen (30+ in de pijplijn)
  • Kolen behouden als backup ondanks vergroening
  • Eigen productie zonnepanelen, batterijen, EV’s
  • Industrieel beleid dat schaalvoordelen creëert

EU heeft de dure weg gekozen — duurzaam in CO₂-termen, maar niet duurzaam in economische zin voor industrie en huishoudens.


Het werkelijke pad heeft Nederland gekost:

  • €485-735 mld cumulatief over 2010-2030
  • ~€60-90k per huishouden over 20 jaar
  • Industriële concurrentiepositie
  • Energiesoevereiniteit
  • Netcongestie-blokkade economie

Het counterfactual-pad zou hebben gekost:

  • €175-225 mld cumulatief over 2010-2030
  • ~€22-28k per huishouden over 20 jaar
  • Iets minder CO₂-reductie (5 procentpunt)
  • Politieke moed die er niet was

Conclusie:

Bij eerlijke counterfactual analyse blijkt dat de Nederlandse keuze 2010-2025 een fundamentele strategische blunder was. Niet omdat alle elementen fout waren — wind heeft een rol, EU-druk was reëel, klimaatzorg legitiem — maar omdat de samenhang ontbrak en kritische alternatieven (kernenergie, gas-overbrugging) actief werden afgewezen.

Een gemengde strategie zou:

  • 80-90% van de CO₂-reductie hebben behaald
  • 50-65% van de kosten hebben bespaard
  • De economie hebben gespaard van netcongestie
  • Industriebedrijven hebben behouden
  • Energiesoevereiniteit hebben gewaarborgd
  • Groningers waardig hebben behandeld

Dit is wat een rationele, neutrale energiestrategie eruit had gezien. Niet als anti-klimaat, niet als pro-fossiel, maar als realistisch mengbeleid dat fysica, economie en maatschappelijk welzijn op één lijn brengt.

Wat dit document niet zegt: dat klimaatactie verkeerd is, of dat fossielen oneindig moeten worden gebruikt. Wat het wel zegt: dat de specifieke strategie die NL en EU hebben gekozen — radicale elektrificatie zonder voldoende baseload-alternatieven — economisch en strategisch suboptimaal was, en dat een geleidelijker pad met behoud van eigen gas en parallelle kernenergie-ontwikkeling een veel beter resultaat had opgeleverd voor identieke klimaatuitkomst.


9. Wat nu nog mogelijk is — corrigeren waar het kan

Section titled “9. Wat nu nog mogelijk is — corrigeren waar het kan”

Nederland kan niet 2010-2025 ongedaan maken. Maar voor het pad 2025-2040 zijn de keuzes nog niet gemaakt:

  1. Stop nieuwe wind-uitrol op land tot WHO-conforme normen
  2. Beperk offshore-uitbouw tot wat het net kan opnemen
  3. Versneld Borssele 2 definitief vergunnen en bouwen
  4. Heropenen kleine velden Noordzee voor 5-10 jaar overbrugging
  5. Hybride heating als default ipv pure warmtepompen
  6. Vraagvermindering en efficiëntie als eerste prioriteit
  7. Eerlijke energieprijzen in plaats van verborgen subsidies
  1. Kerncentrale 2 + 3 bouwen (Borssele en/of nieuwe locatie)
  2. SMR-cluster ontwikkelen voor industriële warmte
  3. Geothermie versneld uitrollen
  4. Smart grid + storage ontwikkelen voor bestaande wind/zon
  5. Industriebeleid om vlucht te stoppen
  6. EU-onderhandeling voor realistischer klimaattijdlijn

9.3 De Groningen-vraag — een herziene blik

Section titled “9.3 De Groningen-vraag — een herziene blik”

In eerdere versies van dit document werd het Groningenveld behandeld als “moreel beladen” en heropenen als “politiek en ethisch onhaalbaar”. Op basis van het onderzoek van Jesse Frederik (zie Groningen Frederik Feitencheck) is deze framing zelf onderdeel van wat een “feitenvrij compensatiecircus” blijkt te zijn.

De feitelijke situatie:

  • Aantoonbare structurele schade door bevingen: ~8 gebouwen over 30-40 jaar (TU Delft Korswagen)
  • Échte schadegevallen concentreren zich in een klein kerngebied (Loppersum, Huizinge, omgeving)
  • 80% van de €3,86 mld uitgekeerde compensatie ging naar gebieden waar bevingsschade technisch onmogelijk is
  • CBS toont geen vastgoedwaardedaling in “waardedalingsgebied” — €500+ mln daar onterecht uitgekeerd
  • Schademeldingen 2024 (laagste bevingsactiviteit in 20 jaar): 44.000 — méér dan in jaar van zwaarste beving Huizinge

Wat dit betekent voor het beleidsdebat:

Het sluiten van Groningen in 2024 met 470 mld m³ achtergebleven gas was een politiek besluit in een context waarin:

  • De parlementaire enquête een ereschuld vaststelde die feitelijk niet seismologisch is onderbouwd
  • De compensatieregeling al 80% naar gebieden zonder schade-grond ging
  • Geen onafhankelijke seismologische heroverweging van sluitingsnoodzaak plaatsvond

Het is dus niet primair een morele kwestie dat Groningen niet kan worden hervat, maar een politiek-narratieve kwestie. Het verschil is fundamenteel: een morele onmogelijkheid is een principiële grens; een politiek-narratieve onmogelijkheid is een gevolg van publieke perceptie die kan veranderen als de feiten breder bekend worden.

Wat een rationeel beleid had/zou kunnen doen:

  1. Échte schade ruimhartig vergoeden — voor de honderden tot lage duizenden woningen in het kerngebied met aantoonbare bevingsgerelateerde schade. Schatting: €100-500 miljoen.

  2. Versterkingsoperatie voor specifieke kwetsbare gebouwen — orde €1-2 mld voor renovatie/versterking waar fysiek nodig.

  3. Compensatieregeling herzien:

    • Bewijslast koppelen aan claim (seismologische plausibiliteit)
    • Onafhankelijke wetenschappelijke toetsing
    • Stoppen uitkeren in gebieden zonder schade-mogelijkheid
  4. Doorproductie op kleine schaal (5-10 mld m³/jaar) onder strikte veiligheidsmonitoring, in plaats van complete sluiting.

  5. Publieke voorlichting over de werkelijke seismologische realiteit, met respect voor de Groningers met échte schade.

Politieke realiteit 2026:

Frederik’s onderzoek is recent en het politieke veld heeft de bevindingen nog niet verwerkt. Op korte termijn is heropenen van Groningen politiek uitgesloten door:

  • Ingebed publieksnarratief
  • Politieke kosten voor wie dit aansnijdt
  • Coalitiebelangen
  • Mediadynamiek

Maar voor de rationele analyse van wat had kunnen — en wat in de toekomst nog kan — is het belangrijk om te erkennen dat de “morele onmogelijkheid” een kleinere feitelijke basis heeft dan eerder aangenomen. De gemiste energievoorraad (470 mld m³, waarde €140-540 mld) is daarmee een duurder verlies dan de €22 mld “ereschuld” die het besluit ondersteunde.

Voor wie échte schade heeft geleden: dit verandert hun positie niet. Zij verdienen volledige en snelle compensatie. Frederik’s punt is juist dat het huidige systeem zo ruim is geworden dat echte slachtoffers verdrinken in een zee van onterechte claims — en dat een rationelere benadering hen béter zou bedienen, niet slechter.


Counterfactual analyse is geen voorspelling. Het is een denkoefening om de werkelijke beleidskeuzes in perspectief te plaatsen. De cijfers in dit document zijn schattingen op basis van vergelijkbare landen (Frankrijk voor kernenergie, Finland voor mix, Polen voor diversificatie) en empirische data uit de Nederlandse situatie.

De range van besparingen (€335-535 mld over 20 jaar) is ruwweg geschat — de werkelijkheid had ergens in dat bereik kunnen liggen, met onzekerheid in beide richtingen. Maar de richting is helder: een geleidelijker pad met behoud van diverse energiebronnen zou Nederland substantieel beter hebben gediend dan de gekozen radicale electrificatiestrategie.

In v1.1 is de Groningen-passage substantieel herzien op basis van het onderzoek van Jesse Frederik (De Correspondent, 2026, zie Groningen Frederik Feitencheck). De eerdere framing — dat Groningen primair een morele onmogelijkheid is — bleek bij nader inzien niet feitelijk onderbouwd. Het is een politiek-narratieve onmogelijkheid, gedragen door een schade-perceptie die seismologisch slechts beperkt onderbouwing heeft. Voor de counterfactual betekent dit dat de gemiste opbrengsten van het Groningenveld groter zijn dan eerder ingeschat, en de “compensatieplicht” kleiner.

Dit is geen kritiek op klimaatzorg. Het is geen ontkenning van Groningers met échte schade. Het is kritiek op slechte strategie en feitenvrije beleidsvorming. Het verschil is fundamenteel.


Empirische data:

  • CBS (gas-reserves, productie, prijzen, vastgoedwaarde-analyse aardbevingsgebied)
  • NLOG.nl (gasveld-data)
  • NAM/Wikipedia (Groningen-cijfers)
  • Netbeheer Nederland (€269 mld investeringsplan)
  • TenneT (capaciteitsplannen)
  • KNMI (seismologische data Groningen)
  • IEA (internationale stroomprijzen)
  • IEA Electricity Market Report 2026
  • Eurostat (industriële energieprijzen)

Onderzoek schade-afhandeling Groningen:

  • Jesse Frederik (De Correspondent, 2026): primaire onderzoek
  • TU Delft Korswagen: triltafel-experimenten metselwerk
  • Pinho (Lombardije): triltafel-experimenten Italië
  • Crowley (Seismological Research Letters): claim-volume analyse
  • IMG: officiële uitkeringscijfers

Vergelijkbare landen:

  • Frankrijk EDF (kernenergie-LCOE)
  • Finland Olkiluoto (EU-bouwervaring)
  • China NDRC (elektrificatie-tempo)
  • USA EIA (industriële prijzen)

Aannames bij counterfactual:

  • Borssele 2: €4-5 mld in 2010, equivalent €15-20 mld nu
  • Borssele 3 (1,6 GW): €25-35 mld
  • Bouwtijd: 12-15 jaar (gangbaar EU)
  • Kerncentrale CF: 88-92% (wereldgemiddelde)
  • Gasprijs counterfactual: gemiddeld €0,40/m³
  • Elektrificatie geleidelijk: 1,5%/jaar woningrenovatie
  • Compensatie échte Groningen-schade: €100-500 mln (na Frederik-correctie, ipv €22 mld)

Onzekerheidsmarge: ±25% op alle cijfers gegeven inherente onzekerheid in counterfactual-scenario’s.


Deze counterfactual analyse neemt geen positie in over de wenselijkheid van klimaatbeleid. Het analyseert alleen of de specifieke route die Nederland en de EU hebben gekozen tussen 2010-2025 — radicale electrificatie en uitfasering fossielen — efficiëntere alternatieven had gehad. De conclusie is dat een geleidelijker pad met behoud van Groningen-gas, nieuwe kernenergie en gefaseerde elektrificatie tot ruwweg dezelfde CO₂-uitkomst had geleid, voor 55-70% lagere kosten en zonder de huidige economische blokkade.

v1.1: Groningen-passages herzien op basis van Frederik-onderzoek. De €22 mld “ereschuld” en €3,86 mld uitgekeerde compensatie blijken voor een groot deel niet feitelijk onderbouwd. Werkelijke schade-vergoeding zou orde €100-500 mln zijn geweest in een rationeel systeem. Dit verhoogt de winst van het counterfactual-pad en verlaagt de “morele drempel” voor heropenen Groningen — die blijkt politiek-narratief, niet primair feitelijk-moreel.