Ga naar inhoud

9. Worden we verkeerd geleid?

Dit is de fundamentele vraag van de gebruiker. De analyse hierboven biedt het antwoord.

9.1 In welke opzichten zijn we verkeerd geleid?

Section titled “9.1 In welke opzichten zijn we verkeerd geleid?”

Ja, op meerdere punten zijn de feiten systematisch verdoezeld:

  1. Capaciteitsfactoren onshore: Klimaatakkoord rekent 3.237 vollasturen, CBS realisatie ~2.400. Verschil: 30%.

  2. Capaciteitsfactoren offshore: Beleid rekent met 51-56% voor de volledige uitbouw. Bestaande parken halen daadwerkelijk 44-48%. Bij doorzetten van WIN-uitbouw daalt het gemiddelde richting de TU Delft-limiet van 34,6% door wake-effecten — de plannen zijn dus inconsistent met de fysica.

  3. Netuitbreidingskosten: Het is niet eerlijk om de volledige €269 mld aan wind toe te rekenen — wind-toerekenbaar deel is ~€95-110 mld (~40%). De rest (electrificatie, vervanging, interconnectie) zou ook zonder wind nodig zijn. Per huishouden wind-toerekenbaar: €10-15k, niet €32k.

  4. Bladenproblematiek: Was verzwegen tot 2024-2025, maar wordt opgelost. Vestas RecyclableBlade (2023), Siemens Gamesa (2025), EU-verbod 2026. Voor bestaande oude fleet blijft het een tijdelijk afwikkelingsprobleem.

  5. Curtailment: Begin jaren 2020 niet vermeld in scenario’s. 2024: 5,5% verlies, groeiend naar mogelijk 15-25% in 2030.

  6. Profieleffect: Marktopbrengst voor wind is structureel 20-35% lager dan gemiddelde marktprijs. Niet meegenomen in eerdere LCOE-publicaties.

  7. Backup-capaciteit: Gascentrales moeten in stand-by — kosten verspreid over alle consumenten, niet windexploitanten.

  8. Ontmantelingskosten: TNO 2026 toont 44% hogere kosten dan bankgaranties.

  9. Vergunningenproblematiek: Nevele-arrest 2020 maakte normen ongeldig — nieuwe vergunningen op nog zwakke basis.

  10. Lifecycle-degradatie: Modellen rekenen met constante vollasturen, terwijl peer-reviewed onderzoek 0,5-1,2%/jaar productieverlies toont (~7-9% lifetime). LCOE-effect: 4-6%.

  11. Alternatieven kernenergie: Politiek 12 jaar lang afgewezen (2010-2022), waardoor Borssele 2 in 2010 voor €4-5 mld nu €20-30 mld kost (en realistisch €40-60 mld bij EU-typische overruns) — verlies van een decennium.

9.2 In welke opzichten klopt het mainstream verhaal wel?

Section titled “9.2 In welke opzichten klopt het mainstream verhaal wel?”

Eerlijk blijven vraagt erkenning van wat klopt — en wat eerdere versies van dit document zelf te coulant stelden:

  1. Wind heeft EROI > 1 (thermodynamisch positief), maar bij strikt-fysische methodologie (Weissbach 2013) ligt buffered EROI in de range 2-7, afhankelijk van storage-mix (waterstof: 2-3, lithium-ion: 5-7, pumped hydro: 3,9). De economische drempel-hypothese stelt EROI ≥ 7 als ondergrens voor zelfdragende moderne samenleving — dit is een invloedrijke maar betwiste hypothese (Brockway et al. 2019). Hogere EROI-claims (8-15 of 30-44) gebruiken hybride monetaire methodologieën die door subsidies en marktdistorsies worden vertekend. Het “energetische voordeel”-argument voor wind is dus veel zwakker dan eerdere versies van dit document presenteerden, en zeer afhankelijk van technologische keuzes (storage-mix) die nog gemaakt moeten worden.
  2. CO₂-emissie levenscyclus is laag (~10-15 g/kWh) — vergelijkbaar met kernenergie (~12 g/kWh). Wel een groot voordeel ten opzichte van fossielen, geen noemenswaardig voordeel ten opzichte van kernenergie. CO₂-reductie kan dus niet als argument voor wind boven kernenergie worden gebruikt.
  3. Technologie is significant verbeterd sinds 2010 (capaciteit per turbine, degradatie, recyclage)
  4. Werkgelegenheid bestaat in de sector
  5. Innovaties op recycling komen commercieel beschikbaar (Vestas, Siemens 2023-2025)
  6. Sommige NL onshore parken renderen marginaal zonder subsidie
  7. Vermeden ETS-kosten zijn empirisch meetbaar (€20-40 mld voor NL wind 2010-2024)
  8. Vermeden gasimport-kwetsbaarheid is reëel (gascrisis 2022-2023 was significant minder bij hogere wind/zon penetratie)
  9. Vermeden fijnstof bij vervanging fossiel — in de orde van €5-10 mld vermeden zorgkosten
  10. Geen catastrofale bevingen, geen Fukushima-equivalent

Het mainstream verhaal is dus niet volledig fout — het is systematisch te rooskleurig over kosten en EROI maar bevat reële baten die in de scherpste kritiek soms onderbelicht worden. Een belangrijke nuance: deze baten gelden vooral ten opzichte van fossielen, niet ten opzichte van kernenergie. Voor wie de keuze maakt tussen wind en kernenergie zijn de CO₂-, gezondheid- en gasimport-baten niet doorslaggevend — wel ten opzichte van een fossiel-gebaseerd alternatief.

Het misleiden zit niet in harde leugens maar in:

  • Selectieve presentatie (mooi project-LCOE, geen systeem-LCOE)
  • Optimistische aannames (vollasturen, levensduur, leercurve continueert)
  • Verzwegen alternatieven (kernenergie 2010-2022, Groningen kleinschalig)
  • Vertraagde transparantie (bladenprobleem, ontmanteling, wake-effect)
  • Suggestieve framing (“groen”, “duurzaam”, “schoon”)

Dit is klassieke beleidsbubble-dynamiek, niet uniek voor wind. Maar het resultaat is dat het Nederlandse parlement, de pers en het publiek beslissingen genomen hebben op basis van informatie die systematisch onvolledig was.