Ga naar inhoud

10. Eindoordeel

10.1 Op de vraag: levert een windturbine in Nederland netto-winst?

Section titled “10.1 Op de vraag: levert een windturbine in Nederland netto-winst?”

Belangrijke vooraf: het verschil tussen project-rendement en samenlevings-rendement.

Dit onderscheid is cruciaal en wordt in mainstream-publicaties stelselmatig vermengd. Een windturbine kan boekhoudkundig “winstgevend met SDE++ subsidie” lijken — maar dat is een denkfout voor wie de vraag stelt of de samenleving netto-winst maakt.

Voorbeeld 6 MW onshore turbine over levensduur (v1.4 — met red-team correcties):

Wie betaalt/ontvangt?Bedrag
CAPEX (exploitant)−€9,0 mln
Routine OPEX 25 jaar−€9,0 mln
Major component replacements−€1,5 mln
Cybersecurity + compliance−€0,3 mln
Verzekering−€0,3 mln
Ontmanteling + bladen−€0,5 mln
Marktopbrengst (na 7-9% degradatie + curtailment)+€13,5 – 14,5 mln
Subsidie van samenleving aan exploitant+€5 mln (exploitant) / −€5 mln (samenleving)
Resultaat exploitant met subsidie+€2 – 3 mln “winst”
Resultaat voor samenleving als geheel−€7 tot −€10 mln verlies

De subsidie creëert geen waarde — hij verplaatst alleen het verlies van de exploitant naar belastingbetalers en energieverbruikers (via ODE en netbeheerderstarieven). Een verliesgevende investering wordt niet rendabel door er meer geld in te pompen; je verbergt alleen wie het verlies draagt.

Voor de vraag “levert het netto-winst voor de samenleving op?” is dus alleen de maatschappelijke balans relevant:

Onshore wind:

  • Energetisch (strikt fysisch, Weissbach methodologie): EROI buffered = 2-7 range afhankelijk van storage-mix. Bij lithium-ion 5-7 (mogelijk net boven economische drempel-hypothese), bij waterstof 2-3 (substantieel onder). Wind levert wel meer energie op dan het kost, maar de surplus is afhankelijk van technologische keuzes nog niet gemaakt
  • Energetisch (hybride methodologie): 8-15 buffered, maar dit is methodologisch zwakker
  • Financieel projectniveau zonder subsidie: nee, verliesgevend
  • Financieel projectniveau met SDE++: schijnbaar +€2-3 mln — maar dit is een transfer, geen waarde-creatie
  • CO₂-vermijdingskosten: €85-122/ton, hoger dan ETS (€70-90), hoger dan kernenergie en geothermie
  • Maatschappelijk netto: structureel verlies van €7-10 mln per turbine, plus €10-15k per huishouden wind-toerekenbare netuitbreiding

Offshore wind (15 MW turbine):

  • Energetisch: vergelijkbaar met onshore, mogelijk iets gunstiger door hogere CF maar zwaardere embodied CO₂ (offshore funderingen)
  • Bestaande parken (CF 44-48%): €10-15 mln verlies per turbine over levensduur
  • Volledige WIN-uitbouw (CF richting 34,6% door wake-effecten): €20-25 mln verlies per turbine
  • Verschil verklaart waarom uitbouw fysisch tegen een limiet aanloopt

Geëxtrapoleerd naar de Nederlandse fleet (ruwe ordergrootte, met wind-keten attributie):

ComponentVerlies wind-keten-toerekenbaar
2.500 onshore turbines × €8,5 mln gem. verlies~€21 mld
200+ offshore turbines tot 2030 × €18 mln gem.~€4 mld
Wind-keten-aandeel netuitbreiding (55-65% van €269 mld)~€150-180 mld
Backup + opslag wind-toerekenbaar€10-15 mld
Subtotaal kosten wind-keten-toerekenbaar~€185-220 mld
Min: vermeden ETS-kosten−€20-40 mld
Min: vermeden gasimport-prijsschokken−€15-25 mld
Min: merit-order effect groothandel−€10-20 mld
Min: vermeden fijnstof-zorgkosten−€5-10 mld
Netto wind-keten-toerekenbaar maatschappelijk verlies~€115-160 mld

Per Nederlands huishouden: ~€15-21k over 15 jaar wind-keten-toerekenbaar netto verlies — ofwel €1.000-1.400/jaar netto.

Gevoeligheidsanalyse — netto contante waarde (NCW):

Voor methodologische volledigheid presenteren we het wind-keten-toerekenbare verlies bij verschillende disconteringsvoeten zoals CPB die hanteert:

DisconteringsvoetNCW wind-keten-toerekenbaar verliesPer huishouden
0% (nominaal — gebruikt elders in document)€115-160 mld€15-21k
3% (CPB-standaard)€80-112 mld€10,5-15k
5% (conservatief)€63-88 mld€8-12k

Bij elke realistische discontering blijft het verlies substantieel voor de samenleving. De richting van de conclusie is robuust voor methodologische keuzes; de absolute omvang varieert.

Twee attributie-niveaus, één conclusie:

In v1.4-v1.10 hanteerde dit document strikte directe attributie (alleen wind-aansluiting, ~40% van €269 mld). In v1.11 is overgegaan op wind-keten attributie (55-65% van €269 mld), die de causaliteit van de wind-keuze op elektrificatie-mandaten meeneemt. Beide cijfers zijn methodologisch valide voor verschillende vragen:

Attributie-niveauCumulatief verliesPer huishoudenWat het meet
Strikte directe (v1.4-v1.10)€60-95 mld€8-12kWat alleen direct aan wind-aansluiting wordt gespendeerd
Wind-keten (v1.11)€115-160 mld€15-21kWerkelijke samenlevingskosten van de wind-keuze als strategie, inclusief beleidsgevolgen

Voor beleidsanalyse is wind-keten attributie methodologisch correcter: het toont wat de strategische keuze “wind als hoofdpijler” werkelijk de samenleving heeft gekost, inclusief de elektrificatie-mandaten die zonder die keuze niet of anders waren ingevoerd. Voor strikte boekhoud-attributie blijft de directe €8-12k geldig — beide getallen meten verschillende dingen.

Wat NIET wind-toerekenbaar is: ~€90-120 mld van de €269 mld blijft autonome infrastructuur (datacenters, vervanging verouderd net, deel van interconnectie). Dat zou Nederland ook zonder wind hebben geïnvesteerd. De tijd dat we 100% van de netuitbreiding aan wind toerekenden (v1.0-v1.3) was overdreven; de tijd dat we slechts 40% aan wind toerekenden (v1.4-v1.10) was onderschat. De realiteit zit in het midden, met 55-65% als beste schatting.

Onder welke voorwaarde zou subsidie wél maatschappelijke waarde creëren?

Subsidie kan in theorie maatschappelijke waarde creëren als:

  1. De subsidie precies gelijk is aan een onbeprijsde externaliteit (bijv. CO₂-schade)
  2. EN wind de goedkoopste manier is om die externaliteit te vermijden

Beide voorwaarden zijn discutabel:

  • De empirisch betaalde CO₂-prijs in ETS is rond €70-90/ton, terwijl SDE++ effectief vaak €200-400/ton vermeden CO₂ kost
  • Kernenergie en kleine gasvelden vermijden CO₂ goedkoper per ton
  • Vraagvermindering vermijdt CO₂ vrijwel gratis

(Voor methodologische volledigheid presenteert sectie 1.6 drie scenario’s: volledige neutraliteit zonder ETS-baten en zonder SCC, markt-realisme met ETS maar zonder SCC, en volledige klimaatzorg met SCC. Onder geen enkele methodologische keuze wordt wind netto positief voor de samenleving — wel wordt het verlies kleiner naarmate meer klimaatschade wordt meegerekend. Bij SCC ≥ €200/ton zou wind break-even kunnen worden, maar dat vereist een expliciete klimaatpositie die het document zelf niet inneemt.)

Conclusie: SDE++ rechtvaardigt zichzelf op puur empirisch-meetbare gronden NIET via externaliteits-correctie. Het is een subsidie aan een gekozen technologie waar goedkopere CO₂-vermijdingsroutes beschikbaar zijn. De subsidie maakt windprojecten boekhoudkundig levensvatbaar zonder de onderliggende oneconomische realiteit weg te nemen — die realiteit is, met volledige lifecycle-kosten en onder elk van de drie methodologische scenario’s, een netto-verlieslatende investering voor de Nederlandse samenleving.

In een eerlijke afweging op systeem-LCOE basis, lifetime, EROI en externe effecten:

  1. Kernenergie > wind voor baseload-vraag, ondanks hogere CAPEX en bouwtijd
  2. Kleine velden Noordzee gas > wind voor flexibele vraag, dispatchable backup
  3. Geothermie > wind voor warmte (waar geologie het toelaat)
  4. Vraagvermindering en efficiëntie > alle bovengenoemde als eerste prioriteit
  5. Wind onshore = op basis van de cijfers netto verlieslatend; eventuele rol alleen in specifieke locaties met gunstige condities, niet als grootschalige uitrol
  6. Wind offshore = duurder dan voorgesteld bij realistische CF; bestaande parken kunnen blijven, nieuwe uitbouw is op basis van de cijfers economisch onverdedigbaar

Eerlijk geformuleerd: op basis van de cijfers in dit document is wind in NL niet primair een kwestie van prioritering maar een kwestie van economische verdedigbaarheid. Voor de samenleving is wind een netto-kostenpost, niet een netto-baat. De rol van wind in een toekomstige Nederlandse energiemix moet daarom van fundament af opnieuw worden geëvalueerd, niet alleen “gematigd” of “gemixt”. Of er nog plaats is voor wind, en zo ja in welke vorm en op welke schaal, vraagt om volledig opnieuw rekenen op basis van de actuele empirie.

Nederland heeft tussen 2010 en 2024 een keuze gemaakt die zich nu wreekt:

  • Stop Groningen (2024) — geen alternatief klaar
  • Geen kernenergie (2010-2022) — opnieuw beginnen kost 12-15 jaar
  • All-in op wind+zon (2019 Klimaatakkoord) — netcongestie blokkeert nu economie
  • Geen gas-import-onafhankelijkheid — Russisch gas weg, LNG duur
  • Industrie vertrekt door hoge stroomprijzen + netcongestie

Dit is een strategische blunder van de eerste orde, vergelijkbaar met Duitsland’s Energiewende-falen. De misleiding zat niet in opzet maar in systemisch optimisme en het negeren van alternatieven.

10.4 De discrepantie tussen beschikbare evidentie en beleidsuitvoering

Section titled “10.4 De discrepantie tussen beschikbare evidentie en beleidsuitvoering”

Een methodologische observatie: tussen 2022 en 2026 is een toenemende kloof ontstaan tussen wat onafhankelijk en officieel onderzoek aangeeft, en wat in beleidsuitvoering wordt gehanteerd.

BewijsstukDatumVerwerkt in beleid?
Lazard LCOE+ rapport: stijgende wind-LCOE2022-2025Niet zichtbaar
Curtailment 2024: 5,5% productieverlies2024Beperkt
Bladenproblematiek (Bloomberg, NPR)2020-2024EU-verbod pas vanaf 2026
Imperial College London: 1,6%/jaar degradatie2014, herbevestigd 2022-2025Niet in PBL-modellen
TU Delft wake-studie 34,6% CF2025Niet in WIN-plan
Netbeheer NL €269 mld2025Beperkt gecommuniceerd
TNO ontmanteling 44% hogerfeb 2026Bankgaranties niet aangepast
Netcongestie: Utrecht complete stopjuli 2026Beleid niet bijgesteld
Groningen — TU Delft Korswagen ~8 echte schadegevallen2024-2025€22 mld ereschuld toegezegd zonder bijstelling
Groningen — CBS geen waardedaling aantoonbaar2024€500+ mln “waardedalingscompensatie” doorgezet
Frederik onderzoek De Correspondentmaart-april 2026Geen officiële beleidsreactie

Wat dit methodologisch betekent:

Beleid hoort gebaseerd te zijn op de beste beschikbare cijfers. Wanneer een gat ontstaat tussen beleidsaannames en empirie, hoort dat gat te worden gedicht door:

  1. Erkennen van het gat in officiële publicaties
  2. Bijstellen van de aannames in beleidsmodellen
  3. Bijstellen van afgeleide instrumenten
  4. Heroverwegen van strategische keuzes

In het Nederlandse geval blijken stappen 1-4 systematisch achter te lopen op de beschikbare evidentie — in twee parallelle dossiers: wind én Groningen. Hetzelfde mechanisme produceert in beide gevallen miljardenkosten voor burgers op basis van aannames die de eigen wetenschappelijke instituten weerleggen.

10.5 De morele dimensie — voorbij neutrale beleidsanalyse

Section titled “10.5 De morele dimensie — voorbij neutrale beleidsanalyse”

Tot v1.5 hield dit document zich expliciet aan een methodologisch-neutrale framing: “discrepantie tussen beleidsaannames en empirie”, “structurele afwering van evidentie”, “systemisch optimisme”. Bij de cumulatie van twee parallelle dossiers (wind en Groningen) waarin hetzelfde mechanisme in werking is, en gegeven de omvang van burgerschade die nu kwantificeerbaar is, is intellectuele eerlijkheid eraan gehecht om verder te gaan dan deze terughoudende formuleringen.

In Eichmann in Jerusalem (1963) ontwikkelde Hannah Arendt het concept van de banaliteit van het kwaad: het idee dat systemisch en grootschalig moreel kwaad doorgaans niet voortkomt uit kwaadwillende individuen, maar uit gewone mensen die binnen institutionele structuren ophouden zelfstandig na te denken — die zich verschuilen achter procedures, in-group consensus, hiërarchische opdrachten, en het breed gehoorde verweer “wir haben es nicht gewusst”.

Arendt’s centrale stelling: dat verweer is geen excuus. Wanneer informatie beschikbaar was, wanneer signalen werden afgegeven, wanneer kritische geluiden waren te horen — en de actoren ervoor kozen niet te kijken, niet te luisteren, niet zelfstandig te denken — dan is hun “onwetendheid” zelf een morele keuze. Niet-denken is een vorm van handelen, en bij ernstige gevolgen draagt de niet-denker verantwoordelijkheid voor wat zijn niet-denken faciliteert.

Het is belangrijk om hier zorgvuldig te zijn met de schaal: Arendt sprak over het ergste denkbare misdrijf en wij spreken over beleidsfalen met financiële, economische en welzijnsgevolgen. Een directe gelijkstelling van consequenties zou onjuist en respectloos zijn. Maar het mechanisme dat Arendt blootlegde — collectief wegkijken, bureaucratisch consensus-volgen, en achteraf claimen niets te hebben geweten — is een algemene menselijke en institutionele dynamiek, niet exclusief voor de meest extreme historische gevallen. Het verschijnt in financiële crises, milieurampen, gezondheidsschandalen, en — zoals dit document documenteert — in een aanhoudend Nederlands beleidsfalen rond energie en gas.

10.5.2 Toepassing op het Nederlandse geval

Section titled “10.5.2 Toepassing op het Nederlandse geval”

De empirisch-documenteerbare situatie in 2026:

Beschikbaarheid van tegen-evidentie:

  • TU Delft (peer-reviewed Cell Reports Sustainability)
  • TU Delft Korswagen (triltafel-experimenten)
  • TNO (officieel Nederlands onderzoeksinstituut)
  • Netbeheer Nederland (eigen investeringsplannen)
  • Imperial College London / Olauson / Hamilton (peer-reviewed)
  • KNMI (officiële seismologische data)
  • CBS (officiële statistiek)
  • EU-Hof (Nevele-arrest)
  • Lazard, WindEurope, Vestas-jaarverslagen
  • Frederik / De Correspondent (gedocumenteerd onderzoek 2026)

Dit is geen marginale of dissidente literatuur. Het zijn de eigen wetenschappelijke instituten van Nederland en gevestigde internationale bronnen.

Actieve afwering van die evidentie:

  • WIN-plan niet bijgesteld op TU Delft
  • Bankgaranties niet aangepast op TNO
  • Compensatieregeling niet aangepast op Korswagen of CBS
  • Parlementaire enquête onderzocht het verkeerde probleem (Frederik)
  • WOO-documenten Gelderland: kritische rapporten met AI-tools weggeschreven
  • Sophie Hermans verleent in 2026 €2,5-4 mld extra wind-subsidie ondanks alle bovenstaande
  • Geen officiële beleidsreactie op Frederik’s bevindingen
  • BBB-Kamervragen formeel beantwoord, materieel genegeerd

Aantoonbare burgerschade:

  • ~€485-735 mld cumulatief maatschappelijk verlies 2010-2030
  • ~€60-90k per Nederlands huishouden over 20 jaar
  • 14.000 bedrijven op wachtlijst (Utrecht op slot)
  • Industrievlucht naar buitenland
  • 80% Groningen-compensatie naar gebieden zonder schade-grond
  • Échte Groningse slachtoffers verdrinken in zee van onterechte claims
  • 470 mld m³ gas (€140-540 mld waarde) abrupt achtergelaten op basis van overdreven schade-perceptie

Patroon-herhaling in twee dossiers: hetzelfde mechanisme van feitenvrije besluitvorming produceert in zowel het wind- als het Groningen-dossier miljardenkosten voor burgers. Dat is geen toeval — het wijst op een systeem-eigenschap, geen incident.

De Arendtiaanse analyse kwalificeert deze beleidsdynamiek als structureel-immoreel handelen — een vorm van systemisch falen waarbij actoren binnen institutionele structuren ophouden zelfstandig te denken en zich verschuilen achter procedures, in-group consensus en het verweer “wij wisten het niet”.

Het verweer is in deze dossiers feitelijk niet houdbaar: de informatie is er, in de eigen wetenschappelijke instituten, officiële statistieken en gevestigde internationale literatuur. Een minister die het WIN-plan goedkeurt zonder TU Delft te raadplegen, een Kabinet dat €22 mld ereschuld toezegt zonder seismologische toetsing, een Kamer die kritische rapporten met AI laat samenvatten in plaats van inhoudelijk te bestuderen — die actoren handelen niet uit onwetendheid maar uit gekozen niet-weten.

Belangrijke methodologische nuance — de symmetrie-test:

Een eerlijke wetenschapsfilosofische analyse moet erkennen dat dit mechanisme van “willens-blind beleid” niet uniek is voor het wind-dossier of het Groningen-dossier. Hetzelfde patroon kan worden waargenomen bij:

  • De fossiele industrie historisch (klimaat-doubt-financiering 1970-2010)
  • Tabaks-industrie (gezondheidsschade-ontkenning)
  • Asbest-industrie (jarenlang doorzetten ondanks evidentie)
  • Diverse andere lobby’s bij specifieke beleidsdossiers

Dit is een algemene institutionele dynamiek, niet specifiek voor één politieke kleur of één technologie. Wat dit specifieke geval onderscheidt is de omvang van de cumulatieve evidentie (twee parallelle dossiers, eigen wetenschappelijke instituten als bron) en de directe burgerschade (€485-735 mld), niet dat het mechanisme uniek zou zijn.

Wat dit wel onderscheidt: het Nederlandse geval is bijzonder transparant gedocumenteerd, met de eigen wetenschappelijke instituten als bron. Bij andere lobbyfenomenen kost het tientallen jaren voordat de discrepantie tussen industrie-narratief en wetenschap zichtbaar wordt. Bij wind en Groningen is die discrepantie nu al zichtbaar, in real-time, met officiële NL-instituten als bron. Dat maakt het document moeilijker af te wijzen — niet onmogelijk, maar moeilijker.

De morele kwalificatie:

Het Arendtiaanse kader beschrijft dit als een vorm van structureel kwaad — niet als persoonlijke malice van individuele politici (die is niet bewijsbaar en waarschijnlijk niet juist), maar als systemisch handelen dat ondanks goede individuele intenties aantoonbare schade aan burgers oplevert. Of we deze dynamiek “kwaadaardig” noemen of “structureel-immoreel” of “systemisch falen met onverschillige uitwerking” is uiteindelijk een definitiekwestie die afhangt van hoe streng men deze termen interpreteert.

Wat de definitie ook is, het mechanisme is hetzelfde: actoren onttrekken zich aan verantwoordelijkheid voor aantoonbare burgerschade door zich te verschuilen achter “wij wisten het niet”. Bij voldoende ernstige gevolgen kan dit verweer niet als excuus worden geaccepteerd — die les uit Arendt’s werk is breder toepasbaar dan alleen op het meest extreme historische geval waarin zij het ontwikkelde.

Dit is een vorm van kwaad die wordt gemaakt mogelijk door:

MechanismeFunctie
Pad-afhankelijkheidMaakt heroverweging persoonlijk kostbaar
Reputatie-beschermingMaakt erkenning politiek zelfvernietigend
BeleidsbubbelMaakt onafhankelijke kritiek inhoudelijk uitkomstdoof
Industrie-captureMaakt de input-kant gefilterd
EU-mandatenMaakt afwijking institutioneel duur
Bureaucratische routineMaakt verantwoordelijkheid diffuus
Goede bedoelingenMaakt zelfreflectie psychologisch ongemakkelijk

Geen enkel mechanisme is op zichzelf kwaadaardig. Maar gecombineerd produceren ze een uitkomst waarbij actoren binnen het systeem oprecht kunnen geloven dat ze het juiste doen, terwijl het systeem als geheel aantoonbaar burgerschade aanricht en de evidentie daarvan stelselmatig afweert.

10.5.4 Wat dit betekent voor de verantwoordelijkheid

Section titled “10.5.4 Wat dit betekent voor de verantwoordelijkheid”

De morele verantwoordelijkheid voor het Nederlandse beleidsfalen ligt niet primair bij individuen — al zijn er individuele beleidsmakers die meer hadden kunnen doen, en die door volgende generaties met deze documentatie zullen worden geconfronteerd.

De verantwoordelijkheid ligt bij het systeem dat:

  • Wetenschappelijke instituten produceert maar hun bevindingen niet operationaliseert
  • Parlementaire enquêtes organiseert die de verkeerde vragen stellen
  • Compensatieregelingen ontwerpt zonder bewijslast
  • Ministeries laat regeren met aannames van een decennium oud
  • Coalitiebelangen boven evidentie laat gaan
  • Kritische rapporten laat samenvatten door AI in plaats van inhoudelijk te bestuderen
  • Burgers laat betalen zonder rekenschap af te leggen

De parallel met “Das haben wir nicht gewusst” is methodologisch instructief, niet historisch gelijkluidend. De schaal van de schade verschilt fundamenteel. Maar het mechanisme van collectief wegkijken bij beschikbare evidentie, gevolgd door achteraf-onschuld claimen, is hetzelfde patroon. Arendt’s les is dat dit patroon onder voldoende ernstige gevolgen niet als excuus kan worden geaccepteerd, ongeacht de specifieke historische context.

  • Niet dat individuele politici kwaadwillende personen zijn
  • Niet dat de gevolgen vergelijkbaar zijn met historisch ergste gevallen waarin Arendt’s analyse is ontwikkeld
  • Niet dat klimaatzorg verkeerd is, of dat Groningse slachtoffers geen recht op compensatie hebben
  • Niet dat herstel onmogelijk is — integendeel, het systeem kan worden bijgesteld zodra de bereidheid om te kijken er is
  • Het Nederlandse beleidsfalen rond wind, Groningen en bredere energiestrategie is structureel-immoreel handelen
  • “Wij wisten het niet” is feitelijk niet houdbaar — de informatie is er, in de eigen instituten
  • Het patroon herhaalt zich in twee dossiers — het is een systeem-eigenschap, geen incident
  • Burgers betalen €485-735 mld en €60-90k per huishouden voor besluitvorming die de eigen wetenschap negeert
  • Onder een Arendtiaanse analyse kwalificeert dit als een vorm van structureel-immoreel handelen — een aanduiding die niet lichtvaardig wordt gebruikt, maar die op basis van de cumulatieve evidentie verdedigbaar is, in dezelfde categorie als andere historische voorbeelden van industrieel/institutioneel falen waarbij beschikbare evidentie systematisch werd afgeweerd

Voor wie binnen het systeem werkt en zich aangesproken voelt: dat ongemak is precies het signaal dat Arendt wilde activeren. Niet om te beschuldigen, maar om de cyclus van wegkijken te doorbreken. Anders denken begint met erkennen dat niet-denken een keuze is geweest.

Een eerlijk, neutraal-analytisch energiebeleid voor Nederland zou:

  1. Stop met nieuwe wind-uitrol op land tot:

    • TU Delft-cijfers in beleidsmodellen zijn opgenomen
    • Geluidsnormen WHO-conform zijn
    • Vergunningen EU-juridisch waterdicht zijn
    • Bladencirculariteit afdwingbaar is geregeld
    • Netcongestie-impact eerlijk gecommuniceerd is
  2. Maak offshore wind een eerlijke afweging:

    • Bij 34,6% CF zijn de huidige plannen onhaalbaar
    • Beperk tot wat het net kan opnemen (1-2 GW extra, niet 50 GW)
    • Eis full-cost LCOE inclusief Net op Zee
  3. Versnel kernenergie:

    • Definitieve keuze Westinghouse of EDF binnen 1 jaar
    • Eerste centrale operationeel 2038, niet 2045
    • Kleine modulaire reactoren (SMR) parallel onderzoeken
    • Borssele-vergunning verlengen
  4. Heropen kleine gasvelden Noordzee:

    • Politiek minder beladen dan Groningen
    • Snel realiseerbaar (2-3 jaar)
    • Bestaande infrastructuur
  5. Groningen-kwestie: alleen na volledige afhandeling schade en met nieuwe afspraken bevolking — zo niet, dan blijft veld dicht. Geen prioriteit.

  6. Investeer in vraagvermindering:

    • Industriële efficiëntie
    • Gebouwisolatie versneld
    • Slim laden, slim opslaan
    • Demand-response
  7. Volledige transparantie:

    • Systeem-LCOE rapporteren
    • Werkelijke vollasturen publiceren
    • Curtailment per windpark publiceren
    • Eerlijke vergelijking met kern en gas
  8. Erken de fout:

    • 2010-2022 niet bouwen aan kernenergie was beleidsfalen
    • 2019 Klimaatakkoord rekende met te optimistische cijfers
    • Burgers hebben recht op eerlijke heroverweging